Lid Teunissen (PvdD) stelde vragen over interventiemogelijkheden in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof; minister Berendsen beantwoorde deze schriftelijk. Nederland diende een verklaring tot interventie in op 11 maart 2026, vóór de uiterste datum 12 maart 2026, en het Ministerie van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het opstellen van dergelijke verklaringen. De regering benadrukt dat interventie kan bijdragen aan een consistente uitleg van het Genocideverdrag, maar op zichzelf geen invulling is van de verplichting tot genocidepreventie en Nederland heeft geen directe verplichtingen in deze zaak omdat het geen partij is.
In dit Aanhangsel van de Handelingen stelde lid Teunissen (PvdD) op 9 maart 2026 negen vragen aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de mogelijkheid en betekenis van interventie op grond van artikel 63 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël (Genoc...
Krijg direct toegang tot alle AI-samenvattingen en features. Nu 50% korting op de eerste maand. Blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen met AI alerts en chat onbeperkt.
Deze samenvattingen zijn automatisch gegenereerd door AI. Controleer altijd de originele tekst voor de meest accurate informatie. Fouten gevonden? Neem contact op .
Even geduld alstublieft
Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de Genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof
oep-cd43705acd6d02e227656d8c8e27ee8fcfe0c1a4_1
open_overheid
Als BeleidsRadar gebruiker krijg je toegang tot vergelijkbare documenten die relevant zijn voor dit beleidsstuk. Nu 50% korting op de eerste maand.